Wat is het verschil tussen een duurzaamheidsspiegel, een duurzaamheidsbarometer en een duurzaamheidstoets?
Een duurzaamheidsspiegel is een checklist die het volledige beleid of bepaalde beleidsdomeinen van een lokaal bestuur screent op het vlak van duurzaamheid. Het is een inventaris van mogelijke maatregelen en acties, gekoppeld aan een beoordeling. Het is in de eerste plaats een kwalitatief instrument. Een spiegel vraagt zich dus af wat het lokale beleid doet op het vlak van duurzaamheid en vraagt hoe de invullers van die spiegel die acties inschatten. De Vlaamse duurzaamheidsspiegel, zoals ontwikkeld door SLA 21 mikt dus vooral op de dialoog tussen lokale overheid en middenveld. Zie http://www.duurzaamheidsspiegel.be Een duurzaamheidstoets beoordeelt individuele beleidsacties en projecten op het vlak van duurzaamheid en op hun mogelijke economische, ecologisce en sociale effecten. Op basis hiervan kunnen die plannen of acties bijgestuurd of aangepast worden. Een voorbeeld is een bouwproject waarbij men nagaat wat de mogelijk effecten ervan zijn op het vlak van energieverbruik, mobiliteit, sociale situatie van omwonenenden, tewerkstelling,… Worden die effecten als negatief beoordeeld dan kunnen er maatregelen genomen worden (bvb. mobiliteit: extra fietsstallingen, plaatsen voor autodelen,…). Een duurzaamheidstoets kan ook inspiratie leveren om extra meerwaarden op het vlak van milieu of welzijn te zoeken in bestaande of geplande projecten. SLA 21 ontwikkelde een voorbeeld van duurzaamheidstoets. Klik hier. Een duurzaamheidsbarometer is een set van wetenschappelijk verzamelde indicatoren die vooral de ecologische, sociale en economische omgeving van de gemeente in kaart brengt. Het is een statistisch instrument op basis waarvan de gemeente acties kan bepalen. Met enig voorbehoud kan het ook dienen om de effectiviteit van het lokale beleid in kaart te brengen . Men moet wel in gedachten houden dat het om fenomenen gaat waar het gemeentelijk beleid in zijn eentje weinig greep op heeft. En toch betekent dat niet er geen beleid rond gevoerd moet worden. De voorbeeldfunctie van de gemeente is hier minstens even belangrijk. Een moeilijkheid is gegevens te verzamelen die nauw aansluiten bij de beleidsdoelstellingen van de gemeente. Een voorbeeld van een degelijke duurzaamheidsbarometer is de stadsmonitor. Klik hier. Wat is Lokale Agenda 21 ? Agenda 21 is het internationale actieplan dat werd goedgekeurd op de VN-Conferentie over Milieu en Ontwikkeling in Rio (1992). Hoewel dit plan bedoeld was voor nationale en internationale overheden en instanties werden ook stakeholders zoals wetenschappelijke instellingen, vrouwenorganisaties, ngo’s, … opgeroepen actief mee te werken. Eén hoofdstuk voorzag een actieve rol voor lokale besturen. Hieruit is Lokale Agenda 21 gegroeid: een strategisch proces om duurzame ontwikkeling in het lokale beleid te integreren met een sterke klemtoon op participatie en een uitdrukkelijke rol voor meetinstrumenten. Internationaal werd LA 21 gepromoot door ICLEI, een internationaal samenwerkingsverband van lokale besturen voor duurzaamheid. Hoewel er in Vlaanderen nooit een kader is gecreëerd voor Lokale Agenda 21, heeft VODO het voortouw genomen bij het promoten van LA 21 en draait zijn lokale werking (SLA 21) rond de principes van LA 21 (particpatie, integratie, en de inzet van meetinstrumenten). Wat zijn het Charter en de engagementen van Aalborg? In teksten van SLA 21 wordt vaak verwezen naar het Charter en de engagementen van Aalborg. Het Charter van Aalborg is een intentieverklaring van Europese Steden en gemeenten om Lokale Agenda 21 op te zetten. Er werd ook een campagne aan gekoppeld de Europese Duurzame Steden en Gemeenten –campagne. Meer dan 2000 Europese Steden en Gemeenten ondertekenden het Charter en in veel landen werd een nationaal proces rond LA 21 in gang gezet. Nadat het Secretariaat van de Campagne werd opgeheven, dreigde ook het proces te crashen. Het Europees secretariaat van ICLEI heeft de campagne gelukkig nieuw leven ingeblazen. In 2004 werden het Charter op een nieuwe Conferentie te Aalborg vertaald in 10 concrete engagementen met daaraan een aantal richtinggevende acties gekoppeld. Die engagementen die minder vrijblijvend zijn dan het Charter werden inmiddels door meer dan 500 gemeenten ondertekend. Eén van de vereisten is het uitvoeren van een baseline review. Met ICLEI werd inmiddels afgesproken dat de duurzaamheidsspiegel kan ingebracht worden als zo’n meting. Voor deelnemers aan de DS is de drempel voor het ondertekenen van Aalborg dus lager dan ooit. . | Waar vind ik een profiel voor een duurzaamheidsambtenaar? In de vorige samenwerkingsovereenkomst milieu werden er weinig voorwaarden gesteld aan de functie van duurzaamheidsambtenaar. De functieprofielen verschillen dan ook sterk van gemeente tot gemeente. Zo zien we dat duurzaamheidsambtenaren worden ingezet als energieambtenaren, assistent-milieuambtenaren, coördinatoren voor interne milieuzorg…. De huidige samenwerkingsovereenkomst omvat wel een orienterend profiel dat de nadruk legt op overleg. Al tijdens de vorige periode van de samenwerkingsovereenkomst werkte SLA 21 een profiel uit voor duurzaamheidsambtenaar dat vooral de nadruk legde op het inzetten van de duurzaamheidsambtenaar als een brugfunctie. Daar waar in de praktijk nog altijd de klemtoon ligt op technische vaardigheden, pleiten wij ervoor om ook oog te hebben voor communnicatieve en sociale vaardigheden. Klil hier voor het model. Wat is het verschil tussen een lokaal milieubeleid en een lokaal beleid Duurzame Ontwikkeling? Het antwoord hierop vinden we bij Lafferty, een onderzoeker van de universiteit van Oslo die heel wat publicaties aan Lokale Agenda 21 wijdde: Een duurzaam lokaal beleid onderscheidt zich van een ‘klassiek’ milieubeleid omdat het 1° meer rekening houdt met de onderliggende economische en politieke oorzaken van bepaalde milieu-effecten (m.a.w. een duurzaam beleid probeert vooral oorzaken weg te nemen in plaats van de symptomen te behandelen) 2° lokale thema’s en beslissingen aan hun globale impact koppelt , zowel op het vlak van milieu als in het kader van internationale solidariteit en rechtvaardigheid. 3° zich focust op de integratie van milieu- en ontwikkelingsvraagstukken, normen en doelstellingen door verschillende sectoren of beleidsdomeinen 4° inspanningen impliceert om burgers en stakeholders in het planningsproces en de uitvoering ervan te betrekken 5° een engagement impliceert om lokale problemen op te lossen in een ruimer ecologisch en geografisch kader en een ruimer tijdskader (Lafferty spreekt over twee tot drie generaties) Naast bovenstaande kenmerken is er ook een tendens om lokale sociale thema’s in een lokaal beleid duurzame ontwikkeling op te nemen. Hoeveel steden en gemeenten hebben een Lokale Agenda 21? Dat is een gemakkelijk antwoord: er werkt in Vlaanderen geen enkel gemeente onder de vlag Lokale Agenda 21. Toen Lokale Agenda 21 werd gelanceerd zijn er een aantal projecten opgestart in bvb. Brugge en Hasselt maar geen enkel van die steden werkt nu nog onder die vlag. Leuven startte een Lokale Agenda 21 vanuit een samenwerkingsproject met een stad in Kenia. Het platform Lokale Agenda 21 werd inmiddels tot een Netwerk Duurzaam Leuven hervormd. Ook internationaal is de term Lokale Agenda 21 in dalende lijn hoewel de situatie sterk verschilt van land tot land. In elk geval zijn er wel veel steden en gemeenten die een proces lopen hebben met de kenmerken van Lokale Agenda 21. Ook wij hameren nog altijd op de inzet en de toepassing van modellen en principes zoals die door Lokale Agenda 21 werden geïntroduceerd zonder ons vast te klampen aan het label. Neem eens een kijkje op de website van iclei europa. In Brussel werken momenteel (anno 2009) 12 gemeenten onder de vlag Lokale agenda 21. Het Gewest geeft subsidies voor opstartactiviteiten en koppelt daaraan de voorwaarde het charter van Aalborg te ondertekenen. De Vereniging van Brusselse Steden en Gemeenten biedt ondersteuning.
|