|
Midden jaren negentig voerden wij actief de campagne Klimaatverbond, die later verbreed werd tot een campagne LA 21 ondersteund vanuit het Steunpunt LA 21. De belangrijkste instrumenten die hierbij gebruikt werden, waren een op de praktijk gericht draaiboek en verschillende rondetafels en workshops waar gemeenten en ngo’s ervaringen uit binnen – en buitenland konden uitwisselen.
Inmiddels gingen een aantal Vlaamse steden aan de slag met Lokale Agenda 21. Het bekendste voorbeeld is Leuven dat in 2002 het Platform Lokale Agenda 21 oprichtte. Die Lokale Agenda 21 werd opgestart vanuit een inmiddels beëindigde zusterband met de Keniase stad Nakuru die ook een Lokale Agenda 21 heeft. Intussen heeft ook de stad Halle concrete stappen genomen naar de opstart van een Lokale Agenda 21. Ook andere gemeenten werken rond de principes van duurzame ontwikkeling. Zo werkt de stad Hasselt niet meer onder de vlag van Lokale Agenda 21 maar de principes zijn wel nog duidelijk aanwezig in de werking en structuren.
Vanuit een aantal beleidsdomeinen worden convenanten of samenwerkingsovereenkomsten opgezet tussen Vlaanderen en de Vlaamse gemeenten. Hierin worden een aantal opstapjes naar Duurzame Ontwikkeling voorzien maar door de te sterke politieke terreinafbakeningen en het hokjesdenken bleven die meestal halfslachtig. In 2002 sloot VODO een contract met de Vlaamse overheid dat kaderde in de milieu-overeenkomst die het Vlaams Gewest met de Vlaamse steden en gemeenten afsloot. Die samenwerkingsovereenkomst droeg de veelbelovende titel ‘milieu als opstap naar Duurzame Ontwikkeling’.
Door die ondersteuning kon SLA 21 een meer permanent secretariaat opzetten maar een echte politieke omkadering voor Lokale Agenda 21 bleef achterwege. De werking leidde wel tot een aantal interessante modellen zoals de duurzaamheidsspiegel en de duurzaamheidstoets.
Inmiddels werkt Vlaanderen hard aan een Vlaamse Strategie Duurzame Ontwikkeling. Of die kansen zal bieden voor steden en gemeenten valt nog te bezien…
|