| voorbeelden |
|
Voorbeeld 1: Duurzaamheidstoets als inspraakinstrument Bij werken aan een belangrijke invalsweg –die tot doel hadden het verkeer naar het centrum te ontmoedigen (door halvering van het aantal rijstroken) en het openbaar vervoer te stimuleren (invoering busstrook) werd een duurzaamheidstoets uitgevoerd door bewoners en plaatselijke handelszaken. De plannen werden over het algemeen toegejuicht omdat ze de ecologische en sociale leefbaarheid van de straat zouden verhogen. Uit de toets bleek dat de bereikbaarheid van een aantal bedrijven dreigde te verminderen door betonnen afscheidingen tussen de stroken waardoor vrachtwagens moeilijker het bedrijfsterrein konden oprijden. Plannen werden op vraag van de lokale handelskring hieraan aangepast (economische toets). Over de veiligheid van de geplande buseilanden hadden een aantal busgebruikers twijfels met betrekking tot de veiligheid. Toen kort na de werken de buseilanden inderdaad aanleiding gaven tot een aantal verkeersongevallen met blikschade, werden ze aangepast om ze zichtbaarder te maken. (sociale toets). Over het participatieve gedeelte was er minder tevredenheid. Bewoners, gebruikers en handelaars werden onvoldoende betrokken bij de voorbereiding en de planning van de werken: de toets was een informeel initiatief van een plaatselijke buurtkring. Een aantal problemen die zich later voordeden, hadden kunnen vermeden worden mits tijdige inspraak (toets beheersmatige aspecten). Voorbeeld 2: Duurzaamheidstoets als beleidsinstrument In Surrey County (UK) werd een Duurzaamheidskader met 19 doelstellingen ontworpen waaraan het ruimtelijk structuurplan werd getoetst. Die doelstellingen waren zowel economisch, ecologisch als sociaal. Elk van die doelstellingen werd vertaald in een aantal besluitcriteria of vragen (69 in totaal) die samen de duurzaamheidstoets vormden. De methodiek van de duurzaamheidstoets werd gecombineerd met die van een barometer. Aan elk van de doelstellingen werd ook een aantal indicatoren gekoppeld die latere opvolging mogelijk maken. Vervolgens werden de doelstellingen in 4 pijlers verdeeld: sociale vooruitgang (1), milieubescherming (2), duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen (3) en behoud van hoge economische groei en tewerkstelling (4). Aan elke pijler werd een werkgroep verbonden met 3 experten. Daarnaast was er ook nog een werkgroep rond mobiliteit die de 4 werkgroepen overbrugde en een werkgroep die de supervisie over het proces uitoefende. Elke werkgroep hanteerde een strak stappenplan en de ‘evaluaties’ van elke werkgroep werden in een matrix ondergebracht samen met de aanbevelingen. Enkele van de aanbevelingen hadden te maken met maatregelen tegen overstromingsgevaar in de toekomst, de kwaliteit van de voorziene sociale huisvesting en de economische leefbaarheid van ‘market towns’, kleinere, meestal landelijke gemeenten die wettelijk het recht hebben een markt te organiseren. Voorbeeld 3: duurzaamheidstoets voor bedrijven (in opbouw) |


