| Wat? |
|
De duurzaamheidstoets is een methode die geplande of lopende projecten en acties toetst op hun duurzaamheidsgehalte. Zo kan je mogelijke problemen of ongewenste neveneffecten vooraf bijsturen. In concreto bestaat de duurzaamheidstoets uit een vragenlijst. De verschillende vragen schatten het effect in op het milieu, het klimaat, de sociale cohesie en/of de lokale economie. Daarnaast geeft de set een indicatie van de mate waarin het project beantwoordt aan de algemene principes van duurzame ontwikkeling, zoals integratie, participatie en versterking van de lokale gemeenschap. De duurzaamheidstoets is in de eerste plaats een reflectie-instrument. Namelijk een instrument dat de aanwezigen dwingt na te denken over de direct en de indirecte effecten en de gevolgen op korte en lange termijn. Het is een leerinstrument waarbij de betrokkenen hun projecten vanuit verschillende invalshoeken bekijken. Daarom kan ze ook een rol spelen op het vlak van visie en beleidsvorming. De duurzaamheidsspiegel mag dan ook niet verward worden met de milieubarometer of de stadmonitor, die uit een set van kwantitatieve indicatoren bestaan. Het Steunpunt Lokale Agenda 21 ontwikkelde twee toetsen: 1.voor adviesraden 2.voor gemeentebesturen VOORBEELDEN van toepassingsmogelijkheden1. Een gemeente voert een betalend systeem in voor vuilniszakken. Doelstelling: de fractie restafval per inwoner te verminderen. Uit een duurzaamheidstoets kan blijken dat naast de beoogde ecologische doelstelling, de maatregel ook economische en sociale kansen biedt maar er een risico is op mogelijke ongewenste neveneffecten. Mogelijke Positieve effecten:
Mogelijke correcties:
2. De gemeente plant een nieuw industrieterrein Het project wordt beoordeeld op factoren zoals: - De economische relevantie (beantwoordt het project aan een reële economische behoefte?), |


